|
Missionaire Agenda: dalits
Apartheid buiten de schijnwerpers
‘Dalits’. Voor veel mensen een onbekend begrip. ‘Kastelozen’ zal meer
mensen iets zeggen. Het zal meteen verbonden worden met India. Een land
ver weg. Is de problematiek in kwestie ook een ver-van-mijn-bed-show? Het
heeft er alle schijn van. Toch hebben de ‘dalits’, zoals de kastelozen
zichzelf noemen, ons een belangrijke boodschap te brengen. Het is een roep
om solidariteit en een spiegel voor onze kant van de wereld. Een spiegel
voor ons als samenleving en als kerkgemeenschap.
‘De laatste apartheid’, zo kenmerkt Antony Raj, jezuïet en activist, de
manier waarop dalits in de samenleving behandeld worden. Ik ontmoette hem
in Madurai, een stad in Tamil Nadu, in de zuidpunt van India. De stad ligt
vlak bij de evenaar en dat is te merken ook. Hoewel de warmste maanden nog
moesten aanbreken was de hitte verzengend. ‘Nog een maand verder en het
enige wat je kunt doen is water drinken, veel water drinken’, zo
verzekerde hij mij.
Water, daar draait het ook om bij één van de grote onrechtvaardigheden
waar dalits mee te maken hebben. Het is voor een dalit niet
vanzelfsprekend dat je water mag tappen uit elke bron die je tegenkomt.
Waar kastemensen hun water halen, daar mogen dalits de pomp of put niet
aanraken. Hen werd, en wordt op sommige plaatsen nog steeds, het water in
de handen gegoten. Daarmee willen kastemensen voorkomen dat hun omgeving
‘onrein’ wordt. “Een dalit moest om zijn nek een spuugbakje hangen en aan
zijn middel een veger binden”, zo schildert Antony een situatie uit het
verleden, “opdat ze de grond niet met hun speeksel zouden verontreinigen
en hun ‘vervuilende’ voetstappen zouden uitwissen.”
In de afgelopen decennia is er wel enige verbetering gekomen in de
bejegening van dalits. De dalit-bevrijdingsbeweging waaraan de socioloog
Antony Raj leiding gaf is er debet aan, dat het zelfbewustzijn en
zelfrespect onder dalits toenam. Mede door zijn toedoen zijn dalits zich
gaan organiseren en is hun vorming sterk verbeterd. “Maar”, zo zegt hij,
“nog steeds zijn bepaalde wijken waar kastemensen wonen voor dalits
verboden terrein. Op andere plaatsen moeten ze verplicht hun sandalen
uitdoen om daar te mogen passeren.”
Al drieduizend jaar worden dalits op gruwelijke wijze gediscrimineerd en
vernederd. Ze worden ‘vertrapt’en ‘verstoten’: de betekenis van de
benaming ‘dalit’ die zij zichzelf geven in navolging van hun grote goeroe
Ambedkar. Samen met Gandhi stond deze ‘eerste dalit met doctor-titel’ aan
de wieg van het moderne India. Hij was betrokken bij het opstellen van de
grondwet toen India zich losmaakte van haar Britse kolonisator. Onder zijn
invloed werd het kastesysteem in de officiële documenten verworpen en
uitgebannen. In het dagelijkse leven echter is dat systeem zo verweven in
het onderlinge samenlevingspatroon dat van de idealen van toen weinig is
uitgekomen.
Dalits worden verdreven naar, letterlijk, de rand van de gemeenschap. In
de dorpen betekent dat aan de buitenkant, ver van de ‘heilige’ grond waar
de tempel staat en in de steden huizen ze in het laagste gedeelte, in
slums op de oever van vervuilde riviertjes, tussen het afval. Ze zijn
veroordeeld tot de vieste baantjes en zelfs daar is gradatie in. Want ook
binnen de dalit-gemeenschap blijken kasten te bestaan. De ‘hogere’ dalits
doen het droge poetswerk, zoals straten vegen. Voor de ‘lagere’ dalits
blijft dan het ‘natte’ poetsen over: het reinigen van de openbare
latrines.
Apartheid. Het riep zulke heftige reacties op ten tijde van het blanke
regime in Zuid-Afrika. Een schrijnende tegenstelling met de wijze waarop
de discriminatie ten aanzien van de dalits in onze contreien aandacht
krijgt. Op de agenda van de politiek en van NGO’s is de issue wel ‘hot’.
Op hoog Europees niveau wordt aandacht gevraagd voor met name de rechten
van vrouwen, die ‘dubbel’ onderdrukt worden: als dalit en als vrouw. Een
conferentie in Den Haag eind vorig jaar vroeg daar aandacht voor. In de
publieke opinie echter lijkt de ‘dalit-apartheid’ veel minder aan te
spreken dat die Zuid-Afrikaanse apartheid. Is dat omdat de
huidskleur-discriminatie veel tekenender is, mede gezien de destijds
groeiende populatie migranten in onze westerse wereld? Of is het omdat de
oosterling, de Aziaat, vanuit zijn karakter minder heftig op de barricade
gaat om onze solidariteit op te eisen?
De dalit-strijd is onze solidariteit echter meer dan waard. Een ware
revolutie zal nodig zijn om het onwrikbaar lijkende kastestelsel te doen
kantelen. “Het zal niet van vandaag op morgen gebeuren, maar ik geloof dat
het kan”, zo verzekerde mij een andere jezuïet, ook activist, Yesumarian.
Deze priester-advocaat zet zich met name in voor de terugvordering van
dalit-gronden die onder de Engelse overheersing aan dalits zijn toegewezen
maar later na de onafhankelijkheid zijn onteigend. De jezuïet organiseert
protestmarsen waarbij vrouwen voorop gaan. “Vrouwen zullen de omwenteling
brengen”, zo is zijn stellige overtuiging.
Hun geloof ervaren de jezuïeten Antony Raj en Yesumarian als tweeslachtig.
“Het kastestelsel houdt geen halt bij de kerkdeur”, zo verklaren zij.
Dalits zitten achterin de kerk, gaan in gescheiden rijen ter communie en
hebben afzonderlijke begraafplaatsen. Ook in het professionele kader is de
discriminatie zichtbaar: hoewel dalits de meerderheid vormen onder de
christenen, is het aantal priesters, catechisten en religieuzen uit hun
kringen verre in de minderheid. De discriminatie gaat terug naar de
missioneringsgolf aan het einde van de negentiende eeuw. Om het
christelijk geloof ingang te doen vinden, pasten de missionarissen zich
veelal aan aan de status quo. Te weinig lieten zij een kritisch geluid
horen over de wijze waarop kastelozen bejegend werden.
Beide jezuïeten noemen voorbeelden uit hun eigen congregatie. “Onze
voormalig overste was een dalit”, vertelt Antony, “hij kreeg allerlei
pesterijen te verduren en is uiteindelijk opgestapt.” Yesumarian toont me
een foldertje waaraan hij op dat moment de laatste hand legt. Op de cover
prijkt de lijdende Christus. “Dit foldertje ga ik op grote schaal
verspreiden onder de parochies”, verklaart hij stellig. “Ik maak een
vergelijking tussen Christus en de wijze waarop Hij opkwam voor
verschoppelingen in zijn tijd, en de geschiedenis van de jezuïeten hier
die keer op keer weer voor de dalits zijn opgekomen.” Aanleiding is een
middelbare school die de jezuïeten willen stichten voor dalit-kinderen. De
lokale bisschop steunt dit initiatief niet. “Hij verklaarde dat het bisdom
zelf een school wil beginnen, maar punt is dat daar schoolgeld geheven zal
worden, iets wat de meeste dalit-families zich niet kunnen veroorloven. Zo
dreigt die school toch weer voorbehouden te blijven aan kaste-kinderen.”
Dankzij felle protesten vanuit sociale bewegingen, die door beide
jezuïeten in het leven zijn geroepen, is de situatie in de afgelopen
decennia al wel wat verbeterd. Antony Raj richtte een bevrijdingsbeweging
op die in de jaren negentig van de vorige eeuw maatschappelijke én
binnenkerkelijke discriminatie aan de kaak stelde. Yesumarian richt zich
met zijn beweging meer op de landproblematiek. “Soms bestormen we een stuk
onteigend land, breken de omheining open en plaatsen er een
Ambedkar-standbeeld. Teken dat we niet meer met ons laten sollen!”
Al signaleren zij de ‘apartheid’ jegens dalits ook in hun eigen kring, het
geloof is voor beiden een drijvende kracht om door te gaan met hun
bevrijdingsstrijd. Christen-dalits kennen hun eigen
dalit-bevrijdingstheologie, vergelijkbare met de Latijns-Amerikaanse
bevrijdingstheologie. ‘Jezus is een dalit’, zo vergelijken zij de wijze
waarop Jezus met ‘vertrapten’ omging en zelf verworpen werd, met de
situatie van de dalits. Kritiek op deze theologie is dat zij te extreem is
en daardoor het kaste-onderscheid juist verder aanwakkert. In een
recentelijk verschenen proefschrift geeft Paulraj Lourdusamy echter een
nieuwe kijk op deze theologie. Jezus staat open voor alle mensen, zo stelt
Lourdusamy, Hij veroordeelt niemand. Het evangelie kan een aandrijvende
kracht zijn om de Indiase kaste-samenleving te hervormen. Het Koninkrijk
van God is een richtinggevend beeld voor een maatschappij waarin geen
onderscheid meer gemaakt zal worden tussen ‘rein en onrein’.
“Een Indiase samenleving zonder kasten is wel degelijk haalbaar”, stelt
Antony ferm. “Het zal langzaam gaan”, weet Yesumarian, maar uiteindelijk
zullen we voor de volle 100% bevrijd worden. Ook deze apartheid zal
overwonnen worden.”
Gerard Damen |