Driekoningenkoek |
|
| Waar komt het vandaan? | Nog een lekkere gewoontes
rond het feest van driekoningen is de driekoningenkoek. In die koek zit een
boon of een nootje verstopt. Wie op zes januari het stukje koek met de boon
krijgt, is die dag de koning. Hij of zij mag een klein beetje de baas zijn,
en het belangrijkste: kiezen wat er die dag gegeten wordt. |
| Wat moet er in? | Je hebt nodig: |
| Wat doe je ermee? | Smelt de boter in de magnetron of laat hem heel
zacht worden. Mix de suiker en de boter door elkaar. Klop er dan één voor
één de eieren door. Doe dat met geduld, mix na elk ei nog een tijdje door. Doe dan de vanillesuiker en de kaneel erdoor. Tenslotte doe je, beetje voor beetje, het zelfrijzend bakmeel erdoor. Smeer de tulbandvorm in met boter. Doe het beslag in de vorm en laat op een willekeurige plek de boon of het nootje er in vallen. Bak de koek ongeveer een uur op stand 3-4 van je oven. Smakelijk eten! PS: wist je dat ze vroeger wel eens een piepklein porseleinen Jezusbeeldje gebruikten? Dan moest je wel uitkijken dat je vullingen niet braken! |
(Druk op de knop om deze pagina af te drukken, vergeet niet de printer aan te zetten)