![]() |
GESCHIEDENIS VAN KLAP |
![]() |
In 1843 werd een speciaal missiegnootschap voor kinderen,
het Genootschap van de Heilige Kindsheid opgericht door monseigneur De
Forbin-Janson, bisschop van Nancy. Hij had uit brieven van missionarissen vernomen op
welke onmenselijke wijze de kinderen in China behandeld werden. Ongewenste kinderen werden
aan hun lot overgelaten, te vondeling gelegd of zelfs gedood. Hij wilde deze
missionarissen geld verschafffen om hen in staat te stellen deze kinderen vrij te kopen,
in weeshuizen onder te brengen en een christelijke opvoeding te kunnen geven.
Het missiegenootschap van de kinderen kreeg de vorm van een vereniging met een Centrale Raad in Parijs en afdelingen in bisdommen en parochies. Kinderen tot twaalf jaar konden lid worden en moesten een halve stuiver per maand afdragen. Het geld werd bestemd voor het oprichten en in stand houden van gestichten en scholen voor vrijgekochte of te vondeling gelegde heidenkinderen in China.
Nog in hetzelfde jaar 1843 kreeg dit nieuwe missiegnootschap bekendheid in nederland door een artikel in het tijdschrift Magazijn voor Roomsch katholieken. Ter verbreiding van Nuttige Kundigheden. Een frater van de Fraters van Tilburg had in Parijs mgr. De Forbin-Janson persoonlijk leren kennen. Na terugkeer in Nederland drong hij bij mgr. Zwijssen, de apostolisch vicaris van Den Bosch (pas in 1853 zou de katholieke hiërarchie hersteld worden en werden bisschoppen benoemd), aan op invoering van het genootschap in de parochies in het bisdom Den Bosch. Zwijssen stemde in met dit verzoek en richtte eind 1848 een afdeling op in zijn parochie t Heike in Tilburg. De afdeling kreeg de naam Genootschap van de H. Kindsheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongelovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen. De nuntius in Den Haag beval het genootschap aan bij andere parochies in het land.
In 1846 gaf het genootschap in Frankrijk de Annales
de lOeuvre de la Sainte Enfance uit. Met ingang van 1850 verscheen de
Nederlandse vertaling onder de naam Annalen van het Genootschap van de H. Kindsheid tot
het doopen en vrijkoopen van de ongelovige kinderen in Sina en in andere afgodische
landen. De Annalen werden gedrukt op de drukkerij van het Jongensweeshuis van
de Fraters van Tilburg.
Het nationaal secretariaat van het Genootschap van de H. Kindsheid was gevestigd in het groot-seminarie van het bisdom Roermond. Professor Jac Jansen was als nationaal secretaris-penningmeester verantwoordelijk voor de uitgave van de Annalen, waarvan de naam in 1934, aan het begin van de 84e jaargang, gewijzigd werd in De Kleine Apostel. Jansen werd geholpen door de Broeders van Maastricht. Het blad verscheen om de twee maanden en werd verspreid door zelatricen en zelateurs aan huis. De oplage De Kleine Apostel steeg van 42.000 abonnees in 1934 naar 155.000 in 1941.
Vanaf dat nummer werd het blad gegeven aan ieder huisgezin waarvan minstens één kind lid was van de H. Kindsheid. De redactie zegt in dat 500e nummer: "Zijn in n gezin méér kinderen lid, dan wordt zooals vanzelf spreekt, toch maar één jaargang bezorgd. t Zou dwaasheid en verspilling van missiegelden zijn, daar méér dan één boekje af te geven." En in het vervolg: "Als tegemoetkoming in de groote onkosten wordt slechts een dubbeltje gevraagd. Eén dubbeltje per jaar. Eén dubbeltje niet per kind, maar per gezin. Niemand kan dat onredelijk vinden. De jaarlijksche contributie voor de H. Kindsheid bedraagt slechts 30 cent per kind. Daarvan mogen we toch niet al te véél afnemen voor de Annalen. Anders blijft er niets meer over voor de heidensche kinderen. En dié te steunen, dát is toch het eerste doel van de contributie!"
Het blad was bedoeld als hulpmiddel op school.
De beste plaats om het missievuur te laten ontbranden was immers de school. Veel
leerkrachten werkten van harte mee om de echte missiegeest onder de jeugd te
verbreiden door een speciaal missiehoekje in de klas in te richten met de missiekalender,
met fotos van een missionaris uit de parochie of van een missiebisschop uit het
bisdom, van de Kindsheidsoptocht of van een vrijgekocht heidenkind, met de
missievlag, de koloniale missiekaart of zelfs voorwerpen uit de missie. De KRO zond met
ingang van 1939 elke zaterdag het kindsheid-half-uurtje uit.
In nr. 500 staat onder plaatjes van kinderen op school in de missielanden de tekst: "Jongens, jongens, in school zitten is nog lang niet altijd n pretje; t moest toch maar liever altijd vacantie zijn! Zóó denken ook onze zwarte en gele broertjes en zusjes, want zij zijn helemaal niet gewend naar school te gaan. Gehoorzamen hebben ze thuis nooit geleerd; wat vinden ze de meester of zuster streng; en dan zóó lang moeten stil zittenen opletten, zóó lang niet praten! Kleine apostels wij, kunnen hen helpen! Weet je hoe ik dat doe? Ik zeg: Lieve Jezus, vandaag zal ik niet praten in de klas en goed stil zitten, maak U dan, dat mijn zwarte broertjes en zusjes dat ook kunnen! Als alle kleine apostelkens nu óók ns zoo deden! Een kleine apostel let graag op. Want dan helpt Jezus een kleine heiden om ook graag op te letten."
De redactie zegt van de Annalen in het nieuwe jasje: "Ieder katholiek kind van Nederland móet ze lezen. Van Texel tot Vaals en van Delfzijl tot Sas van Gent! En ieder kind zál ze lezen. Van a tot z! In meer dan 100.000 exemplaren zullen ze door heel ons vaderland gaan. Naar steden en dorpen en gehuchten. Naar de mijnstreek en de ploders. Naar villas en arbeiderswijken. Naar de verste boerenhuizen en de hoogste bovenwoningen!" "Voortaan zullen de Annalen verschijnen in koperdiepdruk. En wat zon prachtboek nu kost?? Je raadt het nooit. Maar één dubbeltje per jaar! Dus zooveel als twee reepen chocolade. Nu de H. Kindsheid zóóveel voor jullie doet, moeten jullie ook allemaal propagandisten voor de H. Kindsheid worden. Nieuwe leden bijwinnen! Meer van de Missie houden! Meer voor de Missie bidden! Meer offertjes voor de Missie brengen! De Kleine Apostel wil álle kinderen van Nederland tot apostelkens maken!"
Een bijschrift is nog: "Offer je ook iedere week een H. Communie op voor de heidensche kinderen?"

In juni 1946 verschijnt
het 546e nummer, het eerste na-oorlogse nummer. "Eindelijk weer de Kleine
Apostel", schrijft de intro. "Als een dief in de nacht drong de Duitser binnen
in het Hollandse huis. Met een overweldigende macht van wapens wierp hij zich op een klein
land, dat de vrede steeds liefhad. Vijf dagen vochten onze dappere soldaten tegen het
harde geweld van tanks, duikbommenwerpers en parachutisten. Toen viel de nacht over
Nederland, een lange, lange nacht van vijf donkere jaren. Al spoedig toonde de vijand
achter t masker van gefleem en gehuichel zijn ware gedaante. Toen de Nederlanders
geen medewerking verleenden, kwam de knoet voor de dag. Radio, pers en film maakten kennis
met de plompe bespijkerde laars. Ook de Missie ontsnapte niet aan zijn wrede greep.
Misschien herinneren jullie het je nog, hoe b.v. de missiebusjes moesten verdwijnen.
Buiten de kerk mochten geen Kindsheidleden worden aangeworven. Kindsheidoptochten werden
verboden. Onder de meer dan vijftig katholieke tijdschriften, die in augustus 1941 moesten
verdwijnen, behoorde ook onze "Kleine Apostel" De Redacteur werd ontboden op het
beruchte "Witte Huis" te Maastricht, waar de tyran zijn kwartier had opgeslagen.
Daar werd hem medegedeeld, dat de rijkscommissaris ten strengste gelastte, de uitgave van
"De Kleine Apostel" stop te zetten. "Papierschaarste", huichelde de
sluwe bezetter.
"Het hakenkruis verdween; geroofde klokken keerden
terug; geroofde klokken keerden terug en bronzen stemmen zongen het lied van de vrede over
een herrezen Nederland. Goddank, ook het klokje van "De Kleine Apostel" mag
thans weer zijn blijde klanken uitstrooien over steden en dorpen van ons lieve vaderland.
In December 1944, kort na de bevrijding van Noord-Brabant, wijdde Mgr. Mutsaerts in
Tilburg de eerste nieuwe klok. Op de rand staat: God wil het! Deze prachtspreuk moet ook
op de rand van ons Kleine-Apostel-Klokje staan. Onder dit motto roepen ook wij jullie op
ter kruistocht. Vele nieuwe abonnees, die onze gelederen moeten aanvullen, doordat de
oudere leden van 1941 uit de wereldbond der kinderen zijn getreden. En zoals in de
Middeleeuwen, duizenden kinderen door het Kruistocht-ideaal bezield, moedig optrokken naar
het Heilige Land, zo moeten ook wij, leden van de machtige Internationale: Het Genootschap
der H. Kindsheid, ter kruisvaart gaan. God wil het! De Kleine Apostel laat die wekroep
schallen over Hollands lage landen, over de Limburgse heuvels, de Brabantse Peel,
over stad en dorp van ons herrezen Nederland."
In 1954 verschijnt de 100e jaargang van De Kleine Apostel. In de inleiding staat een open brief aan "de Kleine Apostel" van "uw trouwe vrienden": "Wij komen U van harte gelukwensen met Uw honderdste verjaardag. U bent wel oud, maar U houdt nog evenveel van ons als vroeger. Zelfs onze grootouders hebben U vroeger al gelezen! Door U is er in onze harten heel veel missieliefde gegroeid. Door Uw mooie boekje heeft O.L. Heer al veel jongens en meisjes zachtjes geroepen om ook Missionaris te worden. En nu zijn ze het! De Paus zal wel trots zijn op al die Nederlandse helden, die nu over heel de wereld verspreid zijn. Door hun verhalen blijven we goede vrienden van alle kinderen uit alle landen. Kleine Apostel help ons kleine apostelen te zíjn en GROTE APOSTELEN te wórden. Tot slot: Lang zal hij leven! Hoera!"

Enkele missieflitsen uit dit nummer 588:
"China is het grootste land van de wereld. Op de 130 inwoners is er maar 1 katholiek.
Goede herder, breng hen terug in de haven van de waarheid en tot de eenheid van het
geloof, opdat er weldra zal zijn één Herder en één kudde."
"Tegenwoordig lees je in de kranten veel over Perzië, een land met 16 miljoen inwoners. Wist je dat er maar 15 duizend katholieken in dat land wonen? Wel zijn er nog 150 duizend Christenen, die niet gehoorzamen aan de Paus van Rome. Mogen allen één worden in de ene heilige Kerk van Rome."
"In 1952 bekeerden zich in de Verenigde Staten van Amerika bijna 66.000 mensen. Daar waren meer dan 8500 Negers bij. God kijkt niet naar de kleur van het gezicht, de Kerk ook niet en de Missionarissen ook niet. Onze Vader, Uw Rijk kome over heel de aarde."
Tot 1961 houdt De Kleine Apostel als ondertitel: Annalen der H. Kindsheid. In nr. 630, 107e jaargang, februari 1961 schrijft toenmalig hoofdredakteur Thy Bours: "Die naam is al heel oud en klinkt ons een beetje vreemd in de oren. Daarom hebben we een andere naam gezocht, die niet zo vreemd klinkt. Wie zoekt, die vindt . En wij vonden: Tijdschrift van t Pauselijk Missiewerk der Kinderen. De naam is veranderd, maar wij blijven hetzelfde doen:
In 1966 verandert de naam bijna geruisloos in de voorletters van de woorden De Kleine Apostel: KLAP. De drie woorden zelf blijven nog tot 1969 als ondertitel aanwezig, maar verdwijnen dan helemaal. KLAP gaat als eigennaam verder en na zekere tijd is bij het lezerspubliek de betekenis van die letters niet meer bekend.
Begin
jaren tachtig schenkt Klap ruim aandacht aan het kernwapenvraagstuk. Onder de kop
Wij willen vrede schrijft de inleiding van nr. 766, jrg. 130: "Op veel
plaatsen in de wereld worden akties gevoerd tegen kernbewapening. Veel mensen protesteren
tegen de atoombom, tegen de neutronenbom, tegen de raketten die deze wapens kunnen
lanceren." Een ingezonden mening van een kind is als volgt: "Sommige mensen
demonstreren tegen de neutronenbom. Die zijn dus tegen. Okee. Dat is iedereen. Maar als
het westblok de neutronenbom wegdoet, staat morgen Rusland op de stoep. Maar als de hele
wereld de neutronenbom zal vernietigen, dan kun je zeggen: ze willen vrede."
Begin jaren negentig vindt een grondige vernieuwing plaats. KLAP
wordt journalistiek op de schop genomen en wordt in een geheel nieuw eigentijds jasje
gestoken. Het accent verschuift van informatie vóór kinderen naar ontmoeting en dialoog
mét kinderen. Symbool voor de vernieuwing staat de pelikaan, een tekenfiguur
van tekenaar Len Munnik. De pelikaan is een oerchristelijk symbool waar het een vogel is
die zichzelf opoffert, tot bloedens toe prikt om zijn jongen te voeden. Het bijbelverhaal
vanuit de ooghoek van de twee pelikanen Bert en Nelly wordt geïntroduceerd. Als spiegel
van de veranderende samenleving wordt in de loop van de jaren negentig het muliculturele
en multireligieuze aspect in Klap behoorlijk vergroot. Een nieuwe vorm van missie wordt
uitgedragen: missie in de zin van ontmoeting en dialoog met andere culturen en
godsdiensten, wel vanuit de basis van de eigen traditie.
Die verandering in de tijd wordt duidelijk zichtbaar als nummers van de laatste jaargangen, tot aan de heuglijke 150e van dit schooljaar, nr. 875, wordt gelegd naast nr. 500 waar over de boeddhistische traditie geschreven staat: "Op de hellingen van de Mung-schan, de heilige berg van de Chineezen, liggen veel tempels, zooals die van den regengod en den dondergod, ja heele nesten van kleine goden en berggeesten, allemaal van leem, met afgrijzelijke gezichten en gestalten. Aan deze monsters brengt t arme bijgeloovige volk zijn offers, als t in nood is."
