IN VUUR EN VLAM
Ieder jaar vieren we het Pinksterfeest. Wat betekent Pinksteren eigenlijk? En wat vieren we dan?
"Pinksteren" komt van "pentakosta". Dat is Grieks. Het betekent: "50 dagen". Pinksteren wordt 50 dagen na Pasen gevierd. Dat zijn ongeveer zeven weken. De joden noemen het feest dan ook "Wekenfeest". Zij vieren het zeven weken na Pesach, het joodse Paasfeest. In de huizen staan overal bloemen en er worden blintzes gebakken: lekkere kaaspannenkoekjes!
Overvloed
Zeven is een speciaal getal. Het betekent in de bijbel: "overvloed, heel veel".
Het Wekenfeest komt namelijk van de joodse akkerbouwers. Zij verbouwden op hun land gerst.
Als de oogst van de gerst klaar was hielden zij een feest. Om hun God Jahweh te danken
voor de overvloedige oogst.

Eerste oogst
De mensen van het joodse volk moesten heel lang als slaven werken in Egypte. Met de hulp
van Jahweh leidde Mozes zijn volk weg uit Egypte. Dat vieren de joden met Pesach. Het
Wekenfeest kreeg na de bevrijding uit Egypte een extra betekenis. Het feest van de eerste
oogst in het Beloofde Land. Een feest van een grote volle oogst, een feest van overvloed.
De jonge dieren, die het eerste geboren waren, en de eerste oogst werden in de tempel aan
God opgedragen. Velen kwamen van heinde en ver naar Jeruzalem om dat feest te vieren.
Tora
Maar het feest betekende nog meer. De joden waren nu vrije mensen in een vrij land. Maar
nu begon het eigenlijk pas. Ze moesten nu laten zien dat ze goed met elkaar konden leven.
Om hen daarbij te helpen hadden ze van Jahweh de Tora, de Wet gekregen. Op de berg Sinaï
had Mozes de Wet gekregen om die aan het volk Israël door te geven. Tijdens het
Wekenfeest bedanken zij Jahweh daarvoor.
Vreemdeling
De Tora is er voor iedereen. Dat laten de joden zien en horen bij het Wekenfeest. Jahweh
is ook trouw aan de arme mensen, de zieken, de weeskinderen. En ook de vreemdelingen,
mensen uit een ander land of cultuur, horen erbij. Om dat te laten zien wordt het
bijbelverhaal over Ruth gelezen. Dat verhaal past ook heel goed bij het feest van de
oogst.
Ruth
Een meisje uit het buitenland gaat samen met haar schoonmoeder Naomi naar het joodse land.
Ze zijn allebei weduwe, hun mannen zijn dood. Ze maken zich zorgen. Hoe komen ze aan eten?
"We hebben geluk", zegt Naomi. "Het is oogsttijd. In de Wet staat dat er
altijd iets op de akker moet blijven liggen voor mensen zoals wij." Boaz, de baas van
het land, vindt Ruth aardig en laat veel koren achter voor haar. Boaz trouwt met Ruth.
Verjaardag
Voor christenen heeft het Pinksterfeest weer een nieuwe betekenis gekregen. Het is de
"verjaardag" geworden van de kerk. We bedoelen dan niet op de eerste plaats de
bisschoppen en priesters. Het gaat om de gewone mensen die Jezus willen volgen. Dat is
niet altijd gemakkelijk. De mensen zoeken steun bij elkaar en bij God. Om door te kunnen
gaan.
Pinksterverhaal
Met Pinksteren wordt in de kerk het Pinksterverhaal gelezen:
"Toen het Pinksteren was waren alle leerlingen van Jezus bij elkaar in hetzelfde huis. Ineens stak er buiten een harde wind op. De ramen vlogen open en het waaide in het hele huis. Toen kwam er ook vuur binnen. Het verdeelde zich in kleine vlammetjes boven de hoofden van de leerlingen." (naar Handelingen 2, 1-13).
Vreemd
In dit verhaal lees je allemaal vreemde dingen. Er wordt verteld over de leerlingen van
Jezus. Eerst zijn ze verdrietig over zijn dood. Maar ineens weten ze: het is niet voorbij.
Jezus leeft! Het verhaal gaat door. Wij moeten het verder vertellen. Ze w
eten dat God hen daarbij zal
helpen. Maar hoe laat je dat nou zien in een verhaal? De schrijver doet het met beelden:
plaatjes met een betekenis.
Wind
Het eerste plaatje is dat van de wind. Er kwam ineens een hevige wind in het huis van de
leerlingen. Daarmee wordt bedoeld: er gebeurde iets geweldigs, iets heftigs. De
leerlingen, die moedeloos bij elkaar zaten, kregen ineens weer kracht.
Vuur
Het tweede plaatje is dat van het vuur. De leerlingen werden "vurig". Ze raakten
"vol vuur", stonden "in vuur en vlam". Allemaal beelden om te zeggen:
Ze voelden dat er iets geweldigs met hen gebeurde. Ze wilden erover vertellen, het aan
anderen doorgeven. Daarom werden de vlammen "tongen". Het verhaal was voor
iedereen bedoeld. alle mensen hoorden het in hun eigen taal.
Heilige geest
Volgens het verhaal ontvingen de eerste leerlingen van Jezus met Pinksteren de
"heilige geest". De geest, dat is het gevoel dat God bij je is. Dat hij je
kracht geeft om te leven zoals Jezus. "Heilig" betekent: "heel maken".
Als je leeft als Jezus help je mensen die stuk zitten, die niet verder kunnen. Je helpt ze
om weer "heel", weer beter te worden.
Duif
Die "heilige geest" wordt wel voorgesteld als een duif. Teken van vrede, van
hoop en toekomst. Een gelukkige toekomst
voor
iedereen. De duif is de boodschapper van nieuw leven. Eigenlijk horen Pasen en Pinksteren
dus bij elkaar. Maar omdat er zoveel te vieren was werden het twee feesten. Pinksteren
werd het feest van "op weg gaan". Om het leven nieuw te maken moet je iets gaan
doen. Jezus volgen. samen met andere mensen.
Blom
Pinksteren valt in de lente. In een mooie tijd van het jaar. In sommige streken kiest men
volgens oud gebruik een pinksterbruid. Ook wel pinksterblom genoemd. De bruid wordt in het
wit gekleed en heeft bloemen in het haar. Ze wordt rondgeleid of gedragen, terwijl men
zingt: 'Hier is onze fiere pinksterblom...'
Pinksterboom
Rond deze tijd worden op sommige plaatsen pinksterbomen of meibomen opgericht. Lange
staken met bovenin een hoepel, versierd met kleurige linten. Er wordt gedanst onder de
meiboom met een lint in de handen. Deze vruchtbaarheidsgebruiken zijn al oeroud. Ze
stammen van de midzomerfeesten. Op andere plaatsen worden grote Pinkstervuren aangestoken
en grote bijeenkomsten georganiseerd. Zoals bijvoorbeeld Pinkpop.
Luilak
De dag voor Pinksteren wordt vooral in Noord- Holland door de kinderen gevierd. Dit feest
wordt Luilak genoemd. Om vier uur in de ochtend trek je erop uit. Met blikjes die je
achter je fiets hebt vastgemaakt maak je iedereen wakker. Of je steekt een speld tussen de
bel zodat die maar door blijft rinkelen. Met pannendeksels en toeters wordt veel herrie
gemaakt. Er wordt hard geroepen en gezongen : "Luilak beddezak. Staat om negen
uren op. Negen uren, half tien, heb je de luilak soms gezien?"