PAASFEEST

Geverfde eieren, gevulde paaseitjes en eier-kaarsjes.
Matses besmeerd met suiker en met boter in de vorm van een lammetje.
Een paashaas van chocolade. We zijn op ons paasbest gekleed.
En de kale tak van een krulhazelaar hebben we versierd met allemaal kleine dingetjes.
Met Pasen vieren we feest. Niet één feest, maar wel drie feesten tegelijk.
Paasfeest is een lentefeest, een bevrijdingsfeest en een overwinningsfeest.
Maar ze hebben alledrie veel met elkaar te maken.

PaaskaarsNieuw leven
In de kerk begint het feest 's avonds. In het donker wordt het licht. We vieren de overwinning van het licht op de duisternis, de overwinning van het leven op de dood. Jezus is opgestaan. Hij was dood, maar Hij leeft! De nieuwe paaskaars wordt plechtig binnengedragen in de donkere kerk. Het licht wordt doorgegeven aan de mensen in de kerk. Iedereen heeft een kaarsje, dat aangestoken wordt aan het licht van de paaskaars.

 

Doop
Vroeger werden in die nacht veel mensen gedoopt. Nu komt dat niet meer zo veel voor. Die mensen begonnen een nieuw leven in de voetsporen van Jezus. In de paasnacht zeggen alle mensen die gedoopt zijn hardop "ja", omdat ze het fijn vinden dat ze ooit gedoopt zijn. Op die manier vieren we een overwinningsfeest. Het leven wint het van de dood.
Eigenlijk vieren we elke zondag paasfeest, want Jezus stond op een zondag op uit de dood!

 

PaasvuurLente
Pasen is ook een lentefeest. De donkere winter is voorbij. Het leven begint opnieuw. Er worden eieren uitgebroed. Er worden nieuwe dieren geboren. Overal zien we lammetjes en kuikentjes. De kale takken lopen uit. Het begint weer groen te worden.
Omdat de haas heel veel jongen krijgt, geloofden de mensen vroeger dat de haas een god was, die alles deed groeien en bloeien, de god van de vruchtbaarheid. Nu is het onze paashaas, die eieren verstopt.
Ook ruimen we de rommel op. Nog niet zolang geleden hield je in het voorjaar de grote schoonmaak. Dan werd het hele huis van boven tot onder schoongemaakt. Ook worden de dode takken verbrand. In het oosten van het land zijn er overal grote paasvuren, die gemaakt worden van het dorre hout.

 

matzesVoorbij
Het woord Pasen is afkomstig van het woord Pesach. Dat woord betekent: voorbij gaan. Pesach is het joodse paasfeest. Het feest van de bevrijding uit Egypte. In Egypte zat het joodse volk vast. Ze waren slaven. Het was een moeilijke donkere tijd. Mozes heeft er voor gezorgd dat ze vrij kwamen met de hulp van God. Voor ze terugwaren in hun eigen land moesten ze door de woestijn. In de woestijn aten ze matses, woestijnbrood. Die platte koeken kunnen niet gauw bederven. Elk jaar vieren de joodse mensen het paasfeest; de bevrijding uit Egypte. Het land waar toen voor hen geen leven mogelijk was.

 

Laatste Paasfeest van Jezus en zijn vriendenWijn
Op de feesttafel zijn matses als herinnering aan toen. Bittere kruiden doen denken aan de nare tijd en zout water aan de tranen die de mensen gehuild hebben. Er staat ook wijn op tafel. Wijn betekent feest. Jezus vierde dit feest samen met zijn leerlingen. Op zijn laatste paasfeest nam hij de matse in zijn handen en zei: "Dit is mijn lichaam, dat gebroken zal worden." De wijn noemde hij: zijn bloed, dat vergoten zou worden als hij de doodstraf zou krijgen. Maar ook dat gaat voorbij, want Jezus leeft bij God en in de harten van de mensen. Het leven wint het van de dood.

Jezus rijdt binnen op een ezel. Beeld uit Mexico.

 

Palmpasen
Een week voor Pasen is het ook al een beetje feest. Dan vieren we Palmpasen. Op Palmpasen vertellen we elkaar het verhaal van de mensen die Jezus koning wilden maken. Jezus kwam op een koningsezel in Jeruzalem en de mensen zwaaiden met palmtakken en legden hun jassen op de grond. Dat was wel gevaarlijk, want de Romeinen vonden het niet goed, dat de mensen een andere koning wilden. Zij waren de baas! En dat wilden ze blijven. Daarom hebben ze Jezus opgepakt en ter dood veroordeeld. Lees het verhaal maar op pagina 22 en 23.
Op die manier hoopten ze altijd de baas te blijven. Maar de Romeinen zijn allang de baas niet meer. Wel hebben de mensen het over de hele wereld nog steeds over Jezus. Jezus heeft het toch gewonnen.
Met Palmpasen krijgen we in de kerk een groen takje. Ook maken mensen mooi versierde stokken, die versierd worden met snoepjes en waar bovenop een broodhaantje gezet wordt.