GROEI EN
BLOEI
VAN DE KERSTSTAL
In de loop van de tijd zijn er in de kerststal steeds meer figuren bij gekomen. Lees maar hoe dat gegaan is.
Een kerststal is een groep beelden van mensen en dieren rond Jezus als baby. Alle figuren hebben de bedoeling om uit te leggen dat er iets bijzonders is aan dit pasgeboren kind. God is mens geworden en heeft als mens onder ons gewoond.
Kribbe
Op de eerste kerstvoorstellingen in de oudheid is alleen Jezus te zien als kind in de
kribbe. Jezus ligt als een pasgeboren baby in doeken gewikkeld. Vaak lijkt de kribbe meer
op een stenen altaar dan op een wieg. Daar ligt hij dan op, goed ingepakt als een mummie.
Andere keren ligt hij in de kribbe, met open armen of gevouwen handen.
Kind
Later wordt Jezus afgebeeld op de schoot van Maria. Als baby of als jong, stevig kereltje.
Soms ligt hij aan Maria's borst, soms in haar armen. Maar soms ook gewoon op de grond. In
de Middeleeuwen is Jezus van was geboetseerd. Hij wordt als een pop aangekleed met hele
dure kleren. Daardoor is baby Jezus soms nog groter dan zijn moeder Maria.

Os en ezel
Bij de kribbe staan altijd een os en een ezel. Deze dieren zijn de eerste die het kind
zien. Franciscus is de eerste die de geboorte van Jezus uitbeeldt. Ook bij hem gaat het om
het kind in de kribbe. Hij haalt er een levende os en ezel bij. Men beweert dat hij
tijdens de kerstviering in 1223 zelf een kind naar binnen heeft gedragen. De mensen zijn
helemaal ontroerd als ze dat zien. De schilder Giotto heeft dit verhaal in de kerk van
Assisi op de muur geschilderd.
Maria en Jozef
Later komen de beelden van Maria en Jozef er bij. Vooral de plaats van Maria wordt steeds
belangrijker. Zij wordt hoe langer hoe meer het middelpunt van de bijzondere geboorte.
Soms wordt ze afgebeeld op een soort kraambed. Ze buigt zich over het goddelijk kind,
raakt het aan of houdt het kind op schoot. Jozef staat er bij en kijkt er naar. Soms
ondersteunt hij zijn hoofd, omdat hij het bijzondere niet kan bevatten. Aan de houding van
Maria en Jozef is te zien dat ze liefde en zorg hebben voor het kleine kind. Maria zit
soms ook geknield naast de kribbe en Jozef houdt wel eens een kaars in zijn handen.
Herders
en engelen
Veel mensen zien in Jezus de man van God. Jezus is geen gewoon kind, maar heeft bijzondere
betekenis voor herders en andere mensen die er niet bij mogen horen. Hij wordt gezien als
de Verlosser waar zij al zo lang op wachten. Dat het om een kind van God gaat zie je aan
de lichtstralen om hem heen. De herders volgen de aanwijzingen van de engel. Ze gaan het
kind bezoeken en vallen voor hem eerbiedig op hun knieën. De engelen vormen een hemelkoor
en zingen. Hoe meer herders en engelen hoe goddelijker het is. Ze komen het kind
aanbidden.
Joden en heidenen
Jezus is in Israël geboren. Hier komen ook de herders vandaan. Zij zijn joods. De drie
"magiërs" of wijzen komen van ver. Zij zijn niet joods. Hun komst bij de kribbe
betekent dat Jezus niet alleen voor joden maar voor alle mensen is geboren. De magiërs
zien er uit als "buitenlanders". Ze dragen soms een lange broek, een wapperend
manteltje en een apart soort bontmuts met de punt naar voren. Uit deze muts ontwikkelt
zich later een koningskroon.
Koningen
De magiërs worden koningen. Dat komt door de liederen uit de bijbel. De profeet Jesaja
schrijft over koningen en kamelen. De koningen is men gaan zien als vertegenwoordigers van
de drie bekende continenten: Azië, Afrika en Europa. Daarom wordt één van de drie als
bruine, één als zwarte en één als blanke koning afgebeeld. Ze krijgen namen en
leeftijden: Caspar is een jongeman, 20 jaar, Melchior is een grijsaard, 60 jaar en
Balthasar is een man in de kracht van zijn leven, 40 jaar. De volgorde wisselt wel eens,
en ook hun leeftijden.

Geschenken
Men heeft veel nagedacht over de betekenis van de geschenken, goud, wierook en mirre.
Volgens Bernardus, een heilige uit de Middeleeuwen, is goud bedoeld om het arme gezin te
helpen, dient mirre tegen het ongedierte en is wierook tegen de stank in de stal.