EEN BIJZONDERE PLEK

Mehmet GezginciIn de aula van basisschool Cobbeek in Veldhoven hangt een foto van een lachend jongetje. Eronder hangt een kaarsje. Op de foto staat Mehmet. Twee jaar geleden is hij door een ongeluk heel plotseling doodgegaan. Vandaag praat KLAP met enkele klasgenootjes van Mehmet en met meneer Theo, waar ze toen bij in de klas zaten. Om te vragen of ze nog wel eens aan Mehmet denken.
Dat doen ze zeker wel. Als ze naar het handenarbeidlokaal lopen kijken ze altijd even naar de foto. Pim denkt ook in de klas wel aan hem, omdat hij tegenover hem zat. En Daan als hij thuis niet zoveel te doen heeft of als hij op zijn bed ligt. Evelien denkt ook regelmatig aan de ouders van Mehmet, dat het zo erg is voor hen. Volgens Robin is het niet meer zo verdrietig dan toen het nog maar kort geleden was.

Grappig
Mehmet was grappig en hij had veel vrienden, vertellen de kinderen. Hij had eigenlijk nooit ruzie. "Hij was snel in rekenen", vertelt Daan. Voordat de meneer de som had opgegeven, zat Mehmet al met zijn vinger omhoog. Meneer Theo vindt dat ook: hij was snel en wilde graag overal bij zijn. Ook meneer Theo denkt nog vaak aan Mehmet terug: er staat nog steeds een fotootje op zijn bureau.

 

PimNiet vergeten
"Je kunt niet altijd denken aan Mehmet en aan wat er gebeurd is", zegt Pim. Je leeft immers wel weer verder. Maar het zou jammer zijn als je zo'n aardige jongen zomaar zou vergeten. Je wordt er niet blij van als je aan hem denkt. Maar hem vergeten, dat is nog veel erger!

 

DaanPlek
Mehmet is in Turkije begraven. Evelien vindt dat wel jammer: je hebt nu geen graf waar je heen kunt gaan. De foto in de aula is wel een plek waar je aan hem kunt denken. Dat is belangrijk, zo'n plek. "Want dan voelt het alsof je dichter bij hem bent", zegt Daan.

 

RobinTroost
De vier praten nog regelmatig over Mehmet. Meestal zoeken ze troost bij mensen die het ook hebben meegemaakt. Evelien bijvoorbeeld bij haar moeder, die leerkracht is op deze school. Robin praat vooral met vriendinnen en met de buurvrouw, want die kende hem ook een beetje. Ook in de klas praten ze er wel eens over. Op de dag dat het gebeurd is zijn de meeste kinderen nog erg verdrietig.

 

Praten
Troost is belangrijk, maar in het begin hielp dat niet echt. Robin: Īk werd alleen maar verdrietiger van troost. Als ik verdrietig ben ga ik liever wat televisie kijken, dan ben je wat afgeleid." Bij Tim gaat het verdriet juist beter over als je erover praat. Meneer Theo vindt dat ook heel belangrijk : als je zo'n verdriet hebt, zorg dan dat er mensen zijn die het weten, zodat je erover kunt praten als je dat wilt. Misschien wil je eerst liever alleen zijn, maar later kan praten goed zijn. "Als je het allemaal alleen wilt verwerken wordt het verdriet misschien veel te groot", zegt Evelien.

EvelienBoos
In het begin waren de kinderen niet alleen verdrietig, maar ook boos dat zoiets kan gebeuren. Sommige kinderen in de klas werden erg driftig. De anderen snapten dat wel. "We hebben het verdriet echt samen gedeeld", zegt meneer Theo. "We hadden steun aan elkaar". Robin: "Het dringt pas later tot je door wat er gebeurd is. Ik weet nu hoe het voelt als er iemand doodgaat die je goed kent."
Daan vindt het heel moeilijk om uit te leggen hoe het precies voelt. Alles gaat gewoon door.
"Toch blijf je niet altijd verdrietig", zegt Evelien. "Je gaat zelf ook een keer dood. Je kunt er toch niets meer aan doen. De dood hoort immers een beetje bij het leven."