DE NACHTMERRIE VAN JOSÉ |

"Nee...niet doen!
Weg jullie!" José vliegt rechtop in bed. "Wat is er?", vraagt
bisschop David die komt aangesneld. "Heb je gedroomd?" Met glazige ogen kijkt
José voor zich uit. "Ik ben bang, David",
stamelt de jongen. "Steeds als ik slaap dan komen ze."
"Wie José?", vraagt David, "wie komen er?"
"Alle mensen die ik in de oorlog gedood heb!"
José is 15 jaar. Samen met zijn zus Maria is hij weer terug in zijn dorp. José was 6 jaar toen hij weggehaald werd. Hij vertelt hoe dat ging. "Het was midden in de nacht. Ik hoorde geschreeuw. En schieten. En rennende mensen. Ineens braken twee soldaten onze hut binnen. Ze sleepten mijn vader naar buiten. Ik hoorde een schot." José slikt. "Hij was doodgeschoten. Toen wilden de soldaten ons pakken. Mijn moeder ging voor ons staan. Maar ze trokken haar weg en schoten in het rond. Met mijn zus Maria rende ik weg het bos in.
Doodstil
De soldaten kwamen ons achterna. Ik raakte mijn zus kwijt. Samen met andere mensen uit ons
dorp verstopte ik me tussen de struiken. Maar de soldaten ontdekten ons. Zes mensen werden
doodgeschoten. Ik werd gevangen genomen."
Zijn zus Maria lukt het wel zich te verstoppen. Ze was toen 11 jaar. Maria vertelt:
"Ik was naar de rivier gelopen. Daar was het zo dicht begroeid dat je alleen maar
onder de bosjes door kon kruipen. De hele nacht heb ik daar doodstil gelegen."

Brand
"Toen het licht werd ben ik teruggeslopen naar ons dorp. Het was verschrikkelijk.
Overal lagen dode mensen. Onze hutten waren in brand gestoken. Ik zag onze hut...er was
niet veel van over! Opeens zag ik Antonietta, mijn nichtje. Ze vertelde dat haar familie
doodgeschoten was. Zij was niet geraakt, omdat ze onder haar moeder had gelegen. We hebben
door de bossen gerend. In de richting van Mali, ons buurland."
Braken
Twee maanden lang zijn de meisjes onderweg. De dorpen waar ze doorheen komen zijn
uitgestorven. Die paar mensen die er nog zijn, zijn bang. ´s Nachts blijven ze niet in
hun hut, maar verstoppen zich in het struikgewas. Net als schuwe dieren!
Op een avond doemen voor de meisjes de tenten van een vluchtelingenkamp op. Maria en
Antonietta strompelen naderbij. Een hond begint te blaffen. Een man komt met een zaklamp
dichterbij. Even later zitten ze binnen in een warme tent. Maria moet braken. Midden in de
kom met maïs die de man voor haar neer heeft gezet.

Machinegeweer
Hoe is het haar broer verder vergaan? José: "De soldaten sleepten me mee naar een
militair kamp. Ik kreeg een machinegeweer in mijn handen gedrukt. Twee maanden lang
drilden ze ons om soldaat te worden. Van toen af moesten we met de soldaten van RENAMO
meevechten. Eerst mochten we alleen hun wapens dragen, daarna moesten we mee
vechten." De jongen vertelt hoe bang hij was voor de soldaten. "Als een soldaat
beval om die of die mens te doden hebben we dat gedaan. Omdat we bang waren. Als ze zagen
dat we niet zo goed durfden gaven ze ons gewoon drugs." Later veranderde dat.
"Toen waren we niet meer bang om dood te gaan", zegt José. "We hadden niks
meer te verliezen. Met geweren vielen we pantservoertuigen aan. En helicopters vielen ons
aan. Maandenlang hebben we in het bos geleefd. We leden veel honger. Het vechten werd een
stuk makkelijker toen we pantservuisten kregen."

Nachtmerries
In 1994 was de oorlog afgelopen. De regering probeerde de families weer bij elkaar te
brengen. Zo zijn José en Maria nu weer in hun oude dorp terug. De hutten zijn opnieuw
opgebouwd door de mensen die de oorlog overleefd hebben. José heeft vaak nachtmerries.
Het liefste zou hij dan wegrennen. zomaar ergens heen, waar niemand hem kent. Maar dat
doet hij niet. Want bisschop David is heel aardig. Hij is van de Sabbatkerk. Speciaal de
kinderen wil hij helpen. Die zijn de ergste slachtoffers van de oorlog, vindt hij.
![]() |
Op 7 en 8 oktober 2000 is het Wereldmissiedag van de Kinderen. Dagen waarop MISSIO wereldwijd aandacht vraagt voor kinderen die hulp nodig hebben. Zoals de kinderen die slachtoffer zijn van de oorlog in Mozambique. |