KIPPEN MEE NAAR JERUZALEM
Corina droomt. Ze loopt over een stoffig zandpad
tussen een grote groep mensen. Het is goed uitkijken geblazen. Voor je het weet struikel
je over een kei of zak je in een kuil.
Het is geen 1996 meer, maar 1096. Negenhonderd jaar geleden. Samen met een heleboel andere
mensen is Corina op weg naar Jeruzalem. Ze zijn al dagen onderweg. Eerst trokken ze een
hele tijd langs de rivier. Tot ze aan de bergen kwamen. De paadjes werden steeds smaller.
Omhoog en omlaag ging het dwars door donkere bossen. Het werd steeds steiler. Er waren
steeds minder bomen op hun pad tot ze alleen nog maar kale bergen en rotsen voor zich
zagen. Het klimmen en klauteren over de bergpassen begon. Sinds een paar dagen is het
gelukkig weer wat vlakker. De zon brandt in het zand en op hun hoofden. Het zweet staat op
hun voorhoofd. Gisteren kwamen ze door een dorpje waar ze hun voorraad weer wat hadden
kunnen aanvullen met water en voedsel.
Lang kon het niet meer duren. Dan zouden ze bij de grote stad Jeruzalem aankomen.
"Corina! Luister je?" Corina schrikt wakker uit haar dagdroom. Het is weer 1996. "Ehhh...ja, mevrouw." De mevrouw lacht. "Was je nog een beetje aan het dromen over de pelgrims, waar je zo veel van hebt gezien in het museum?" Corina knikt. Haar hoofd wordt helemaal rood. "Geeft niet, hoor. Het is allemaal best spannend hè? Al die pelgrimverhalen."

Oude stad
Jeruzalem is de hoofdstad van het land Israël. Jeruzalem is een zeer oude stad. In de
bijbel staat hoe koning David deze stad in het jaar 1000 voor Christus veroverde. Hij
maakte Jeruzalem tot de hoofdstad van zijn rijk. Bijna 2000 jaar geleden is dat nu.
Voor joden, christenen en moslims is Jeruzalem een heilige stad. Op een heilige plaats
voelen mensen zich dichtbij God. Ze willen er graag zijn om er samen of alleen te bidden.
Joden
Voor joden is de heiligste plaats de muur van de Tempel. Koning Salomo, de
zoon van koning David, bouwde de eerste Tempel. Die werd verwoest, maar later weer opnieuw
opgebouwd. Ook die Tweede Tempel werd verwoest. Dat gebeurde in het jaar 70 na Christus
door de Romeinse veldheer en latere keizer Titus. De muur die er nu nog staat is het enige
wat overbleef. Hij wordt vaak de Klaagmuur genoemd, omdat het joodse gebed soms een beetje
klagend en huilend klinkt.
Christenen
Voor christenen is Jeruzalem een heilige stad, omdat Jezus er met zijn leerlingen de
laatste dagen van zijn leven heeft doorgebracht en aan het kruis is gestorven. Na drie
dagen zei één van de vrouwen tegen de leerlingen: "Hij is niet dood. Hij leeft! We
moeten hier ook niet verdrietig bij de pakken neer blijven zitten!" En ze gingen hun
huizen uit om het verhaal van Jezus verder te vertellen. Om daaraan te blijven denken is
in 336 na Christus door keizer Constantijn de Heilig Grafkerk gebouwd.
Moslims
Voor moslims is Jeruzalem de derde heilige stad. Mekka is de eerste heilige stad en
Medina de tweede. Over hun profeet Mohammed staat in de Koran, het heilige boek voor de
moslims, een mooi verhaal. In dat verhaal reist Mohammed op zijn wonderpaard Boeraaq van
Mekka naar Jeruzalem. Vanaf de rots op de tempelberg stijgt Mohammed op naar de hemel.
Daar wordt hem verteld hoe zijn volgelingen moeten bidden. In de ochtend keert de profeet
weer terug naar Mekka.
Abraham
De drie godsdiensten zijn heel verschillend. Maar één persoon is voor
alledrie heel belangrijk: de "aartsvader" Abraham. Die staat helemaal aan het
begin. Eigenlijk was hij de eerste pelgrim. Aan Abraham beloofde God een land en een groot
"nageslacht". Dat zijn de kinderen, de kleinkinderen en dan daar weer de
kinderen van enzovoorts.
Volgens joden en christenen is de belofte die God aan Abraham deed overgegaan op Isaak.
Dat was de zoon van Abraham en zijn eerste vrouw Sara. Uit het nageslacht van Isaak kwam
koning David voort. En uit het nageslacht van koning David werd Jezus geboren.
Volgens de moslims is de belofte van God overgegaan op Ismaël. Ismaël was de zoon van
Abraham en zijn tweede vrouw Hagar. Uit zijn nageslacht stamt de profeet Mohammed.
Pelgrims
Pelgrims zijn mannen en vrouwen die op reis gaan om een
heilige plaats te bezoeken. Al honderden jaren reizen er pelgrims naar Jeruzalem. Het
waren allerlei soorten mensen: rijke en arme mensen, priesters, koningen, edelen en
boeren. In de Middeleeuwen kon je ze herkennen aan hun kleren. Dan kon je ze niet
verwarren met gewone reizigers. Ze droegen een speciale mantel en een hoed. De mantel was
lang en gemaakt van ruwe stof. De hoed had een brede rand die aan de voorkant werd
opgeslagen. Verder hadden ze een dikke houten staf bij zich en een leren tas om hun
middel.
Op hun mantel hadden ze een soort sticker vastgemaakt. Die was meestal van stof, maar soms
ook van lood of tin. Pelgrims die naar Jeruzalem gingen droegen een groot kruis.
Voordat een pelgrim op reis kon gaan moest hij toestemming vragen aan de priester en aan
de leenheer bij wie men in dienst was. Schulden moesten worden afbetaald en ruzies
bijgelegd. Voor het vertrek werd de pelgrim door de priester of bisschop gezegend. Rijke
mensen deelden ook nog aalmoezen uit aan de armen.
Reis
De reis naar Jeruzalem was lang en gevaarlijk. Onderweg stonden de pelgrims
aan allerlei gevaren bloot. De meesten moesten lopen. Rijkere pelgrims reisden per paard.
Onderweg overnachtten ze in kloosters of in speciale gasthuizen. Het was een vorm van
christelijke liefdadigheid om pelgrims onderdak, eten en drinken en een plaats bij het
warme vuur te geven. Maar in een herberg was de kans best groot dat je door een van de
andere gasten of door de herbergier werd beroofd.
Vanaf de dertiende eeuw reisden de pelgrims ook over zee naar Jeruzalem. Vooral voor arme
pelgrims was de reis zwaar en moeilijk. Met veel te veel mensen zaten ze dicht op elkaar
gepakt in kleine bootjes. Er was weinig te eten en het was snel bedorven. Wie rijk was kon
een groter en veiliger schip betalen. Het was belangrijk om warme dekens en extra eten mee
te nemen. Zoals gezouten vlees, suikerbrood en koekjes. Zelfs levende kippen werden
meegenomen!
Corina vond het maar wat spannend allemaal! De verhalen over de pelgrims. En het verhaal over Abraham dat mevrouw De Wolf verteld had. Zij werkt in het Bijbels Museum in Amsterdam. Daar kun je veel te weten komen over Jeruzalem en over pelgrims en alles wat met de bijbel te maken heeft. Maar je kunt er niet alleen kijken, je kunt er ook wat doen! Corina heeft er zelf zo´n pelgrimssticker gemaakt. Gianni ook. En ze vonden het allebei heel leuk.
Het adres van het
Bijbels Museum is |
Ze hebben ook een
eigen website |